Leven na de dood

Thema artikel
tot God en strekt zich uit over het kind. Het lichaam wordt warm, de jongen begint te niezen en doet zijn ogen open. Wanneer Elisa later gestorven en begraven is, vindt er op een keer een begrafenis plaats die plotseling onderbroken wordt door de komst van vijandige Moabieten (2Kon.13:20-21). De familie besluit in alle haast het lichaam van de overledene in het graf van Elisa te leggen en gaat daarna snel weg. Wanneer de dode in aanraking komt met het gebeente van Elisa wordt hij weer levend. Deze drie opwekkingen uit de dood zijn uitzonderingen op de algemene regel, maar zij geven wel aan dat God macht heeft over de dood en in staat is doden levend te maken. Dit komt overeen met wat in het lied van Mozes van God staat geschreven: ‘Ik dood en doe herleven, Ik verbrijzel en Ik genees’. Hanna bezingt dit ook in haar loflied: ‘De Here doodt en doet herleven’ (1Sam.2:6). een belofte lezen. Ongeacht de keuze voor een van beide interpretaties komt hier de overtuiging naar voren dat God in staat is die bevrijding te bewerken. Hij staat boven die geweldige machten! Deze uitspraken van de profeten Jesaja en Hosea komen terug in de brief aan de Korintiers, wanneer Paulus spreekt over de opstanding van de gelovigen omdat Christus is opgestaan (15:54-55).

De opstanding (Jes.26 en Dan.12)

28 2
Studiebijbel

Gods overwinning over de dood (Jes.25 en Hos.13)

In Jes.25:6-12 wordt een toekomst geschilderd van een feestmaaltijd voor alle volken. De bedekking die rust op de volken, zal worden weggedaan. Het gevolg is dat die volken de God van Israël gaan erkennen. Te midden van deze uitspraken staat er: ‘Hij zal voor eeuwig de dood vernietigen, en de Here Here zal de tranen van alle gezichten afwissen’ (vs.8). Daarentegen geldt voor Moab (als voorbeeld van ongelovigen) een zwaar oordeel. Dit eschatologische uitzicht houdt in dat God de dood overwint en dat Hij ervoor zal zorgen dat de gelovigen uit Israël en de volken op de één of andere wijze niet meer met de dood te maken hebben. De profeet Hosea beschrijft in hoofdstuk 13 allerlei overtredingen van Efraïm. Daarbij wordt de retorische vraag gesteld: ‘Zou Ik hen uit de macht van sjeool bevrijden, van de dood loskopen?’ Daarna komt de vraag: ‘Dood, waar zijn uw pestziekten, sjeool, waar is uw verderf?’ Dat deze vragen negatief bedoeld zijn, blijkt uit het vervolg: ‘Mijn oog kent geen medelijden’ (vs.14). Er zijn echter ook vertalingen die hier

In Jes.26 komt het thema van dood en leven terug. Eerst in de uitspraak ‘Doden herleven niet, schimmen staan niet op’ (vs.14) en kort daarna in de tegenovergestelde bewering ‘Herleven zullen uw doden – ook mijn lijk –, opstaan zullen zij. Ontwaak en jubel, u, in het stof! Want uw dauw is een dauw die groei geeft, en de aarde zal aan de schimmen het leven hergeven’ (vs.19). De eerste uitspraak staat in het verband van de moeilijke situatie waarin Israël verkeert, omdat andere heersers de baas zijn. Van hen geldt echter dat zij als doden en schimmen zijn. God heeft hen verdelgd en alle gedachtenis aan hen uitgeroeid. Er kan ook vertaald worden: ‘Zij zijn doden, zij kunnen niet herleven; schimmen, zij kunnen niet opstaan’. Daarna komt de beeldspraak over een zwangere vrouw, beeld van Israël, en vervolgens spreekt de profeet over de opstanding van de doden. Nu gaat het niet langer over de vijanden van Israël, maar over het eigen volk, het volk van God. De context geeft een nationaal herstel aan, maar daarin wordt het beeld van het herleven van doden gebruikt. Van ‘uw doden’, van hen die bij God horen, geldt dat ze zullen leven en dat hun lichamen zullen opstaan; zij die in het stof verblijven, zullen opwaken en zingen. Het gaat hier over de persoonlijke opstanding van tenminste een gedeelte van de Israëlieten, en de profeet sluit zich hierbij in: ook zijn lijk zal herleven.

magazine

D

an.12 heeft de meest duidelijke tekst over persoonlijke opstanding. Ondanks de bescherming van Michaël, de grote engelvorst (vgl. 10:13,21) die Israël terzijde staat, komt er een tijd van grote benauwdheid. Maar wie

Leven na de dood

Leven na de dood

geschreven is in het boek, zal ontkomen. ‘Velen van hen die slapen in de aarde, in het stof, zullen ontwaken, sommigen om eeuwig te leven, anderen om voor eeuwig te worden veracht en verafschuwd’ (vs.2). Dan vindt een transformatie plaats van het lichaam: de verstandigen zullen stralen als de glans van het uitspansel, en die velen tot gerechtigheid hebben gebracht als de sterren, voor eeuwig en altoos’ (vs.3). Hier wordt de persoonlijke opstanding aan het eind der tijden benoemd. Het is een opstanding van zowel rechtvaardigen als goddelozen, waarbij de onderscheiden bestemming aangegeven wordt. De uitspraak wordt echter wel beperkt tot ‘uw volk’ en het is niet duidelijk of andere volken ook zullen opstaan. Met ‘velen’ kunnen overigens ook ‘allen’ bedoeld worden. Het verblijf in het rijk van de dood, waar de doden heengaan, is daarom tijdelijk, tot de tijd van de opstanding.

ier is aansluiting bij de zojuist genoemde passage uit Jes.26. Verderop in het boek J esaja is sprake van de Knecht van de Here. Soms lijkt hij gelijk gesteld te moeten worden met het volk, of met een deel ervan, maar in de hoofdstukken 52-53 is één persoon bedoeld. Hij komt door de vernedering heen tot verhoging. Zijn graf was eerst bij de goddelozen, maar daarna is er sprake van zijn herleven: hij zal ‘nakomelingen zien en een lang leven hebben’ en hij krijgt een deel onder ‘velen’. Door de opstanding en de daarna volgende bestemming verschaft God recht, een thema dat in veel oudtestamentische geschriften naar voren komt. Dat recht geschiedt lang niet altijd aan deze kant van het graf, maar hier blijkt dat het wel daarna komt. Het is mogelijk dat goddelozen tijdelijk triomferen over de rechtvaardigen (als in Dan.11), maar straks worden de rollen omgedraaid.

H

Studiebijbel

magazine

29

Leven na de dood

Interactieve web vakblad, deze relatiemagazine of PDF is levensecht online geplaatst met Online Touch en bied het digitaal bladerbaar maken van e-uitgaves.

Studiebijbel Lees publicatie 27Home

You need flash player to view this online publication