De betekenis van Sophia

Woordstudie

De betekenis van σοφία sophia
Het zelfstandig naamwoord (vrl.) sophia betekent ‘bekwaamheid, wijsheid’. Het woord is afgeleid van sophos ‘bekwaam, knap, wijs’ en heeft een breed scala van betekenissen, zoals vakkundigheid in een bepaald vakmanschap, wijsheid in zaken van het dagelijks leven of de hoogste vorm van geleerdheid of intelligentie. Voor zover het bekwaamheid of wijsheid van mensen betreft, gaat het in het NT om geleerdheid of om wijsheid in algemeen praktische zin, bijvoorbeeld de wijsheid van Salomo (Mat.12:42) of van de Egyptenaren (Hand.7:22), of in concrete zin om het doorzien van een raadsel (Op.13:18; 17:9). De Grieken zoeken ‘geleerdheid’ (1Kor.1:22) en hun ‘wijsheid van het woord’ (1Kor.1:17), d.w.z. de bekwaamheid in welsprekendheid, wordt verder getypeerd als ‘wijsheid van de wereld’ (1Kor.1:20) en als ‘menselijke wijsheid’ (1Kor.2:13). De wijsheid van een mens kan ook van God komen, bijvoorbeeld door Jezus worden gegeven (Luc.21:15; vgl. 2Pet.3:15), of ontvangen worden samen met de Geest (Hand.6:3,10) of de genade van God (Hand.7:10). Paulus spreekt ‘wijsheid’ bij hen die daarvoor rijp zijn (1Kor.2:6) en onderricht de mensen in alle ‘wijsheid’ (Kol.1:28; vgl. 3:16). Verder lezen we over de ‘wijsheid’ die van boven komt (Jak.3:17) en waarom men kan bidden (Jak.1:5). In dit verband vinden we ook de woordverbindingen ‘een woord van wijsheid’ - een van de gaven van de Geest (1Kor. 12:8, samen met ‘woord van kennis’) - ‘de Geest van wijsheid’ (Ef.1:17), ‘wijsheid en verstand’, waarin God ons Zijn genade heeft bewezen (Ef.1:8) en ‘wijsheid en inzicht’ die verband houden met het kennen van Gods wil (Kol.1:9). In het bijzonder wordt gesproken over de wijsheid die Jezus bezat toen hij op aarde was, als kind (Luc.2:40,52) en als volwassene (Mat.13:54 par). In volmaakte zin is er sprake van de wijsheid van God (1Kor.2:7), die Hem wordt toegezongen (Op.7:12; vgl. 5:12), veelkleurig is (Ef.3:10) en die blijkt in de schepping (1Kor.1:21a) en in Zijn heilshandelen (Rom.11:33). De opgestane Christus is de belichaming van de wijsheid Gods (1Cor.1:24), in wie alle schatten van wijsheid en kennis verborgen zijn (Kol.2:3). Een bijzonder gebruik is de personificatie van de Wijsheid. In navolging van Spreuken 1 (vs.20vv) en 8 wordt de wijsheid van God voorgesteld als een persoon, die wordt gerechtvaardigd door haar kinderen (Luc.7:35) of haar werken (Mat.11:19) en die profeten en apostelen uitzendt (Luc.11:49). Verwante woorden: gnōsis ‘(het) leren kennen, kennis’; epignōsis ‘herkenning, erkenning, kennis’; sunesis ‘verstand, begrip, inzicht’; phrēn ‘middenrif; hart, binnenste; verstand, inzicht’; phronēsis ‘(het) denken, verstandigheid, inzicht’.

30 2
Studiebijbel

magazine

Leven na de dood

Vraag en antwoord

Vraag en antwoord
Vraag: Er wordt in de discipelschapscursus die ik volg nogal eens over bedelingen gesproken. Wat zijn dat? Antwoord:
Wanneer men dit woord gebruikt in verband met de Bijbel, bedoelt men hiermee perioden in de heilsgeschiedenis, zoals de tijd van het paradijs, de eeuwigheid of een bepaalde tijd daartussen met specifieke kenmerken. Bijbeluitleggers verschillen van mening over het aantal bedelingen dat in de Bijbel voorkomt. Men accepteert er minimaal twee (Oude en Nieuwe Verbond), maar sommigen tellen er wel veertien. Ook Paulus kent het begrip, maar gebruikt verschillende woorden. In Gal.4:24 heeft het woord ‘verbond’ betrekking op het gehele tijdvak of bedeling waarin het van kracht is. In 2Kor.3:6-9 gebruikt hij het woord diakonia voor de ‘bediening’ van het nieuwe verbond dat collectief tegenover die van het oude wordt gesteld, zodat de betekenis daar ook sterk in de richting gaat van ‘bedeling’. Ook het spreken van Jezus en de apostelen over ‘deze eeuw’ en de ‘toekomende eeuw’ gaat uit van (in dit geval twee) tijdperken, de huidige slechte tijd en de messiaanse tijd in heerlijkheid. GvdB overdrachtelijk gebruikt worden voor een ‘groep mensen die dezelfde taal spreken’ (Op.5:9). Door Lucas en Paulus wordt glõssa in de betekenis ‘taal’ meestal gebruikt in contexten waar duidelijk is dat degene die in die ‘taal’ spreekt, niet zijn eigen taal spreekt, maar een taal die door de Heilige Geest geïnspireerd is (vgl. Hand.2:4). Deze taal, ook wel ‘tongentaal’, ‘tong’ of ‘klanktaal’ genoemd, is soms voor de toehoorders verstaanbaar (vgl. Hand.2:6-11), soms niet (vgl. 1Kor.14:9,13). Wanneer de gave van het spreken in tongen/talen wordt gebruikt als een gebedstaal (‘spreken tot God’ vgl. 1Kor.14:2,28), behoeft het niet per se om een aardse taal te gaan, maar kan de Geest blijkbaar inspireren tot het spreken in een hemelse taal, die alleen door God en Zijn engelen wordt begrepen (vgl. Rom.8:26; 2Kor.12:4). Daarom kan Paulus deze gebedstaal ook ‘taal van engelen’ noemen (1Kor.13:1). GvdB

Vragen aan de uitgever:
1. Komen er ook Hebreeuwse woordstudies in de Studiebijbelserie? 2. Wanneer verschijnen de boekdelen die momenteel in herdruk zijn? Antwoord:
1. We hebben al op het redactionele concept gestudeerd en aan de eerste proefstudies wordt gewerkt. Het is zeker de bedoeling dat er op termijn ook woordstudies Hebreeuws komen. De uitleg van de bijbelboeken heeft nu echter de voorrang. 2. Het ziet er naar uit, dat in begin 2010 de nu uitverkochte boeken weer beschikbaar zijn.

Vraag: Waarom wordt er soms over ‘tongentaal’ gesproken, dan weer over ‘de taal van engelen’, dan weer over een ‘vreemde taal’, terwijl er in het Grieks hetzelfde woord (glõssa) gebruikt wordt? Antwoord:
Dat komt omdat woorden in een verschillende context een verschillende betekenis kunnen hebben. Het Griekse woord glõssa betekent in de eerste plaats ‘tong’ als lichaamsdeel (Mar.7:33; 1Pet.3:10) en in de tweede plaats ‘taal’. In dat laatste geval kan het

Studiebijbel

magazine

31

Vraag en antwoord

Interactieve digi-webshop, deze spaarprogramma of artikel is levensecht online geplaatst met Online Touch en bied het converteren naar een online publicatie van digitale cursussen.

Studiebijbel Lees publicatie 27Home

You need flash player to view this online publication