bediende hij zich van een schijnlichaam, een tijdelijke jas, die hij na zijn aardse missie weer zou afleggen.1
gnostisch-docetische invloed ondergaan. Zo wordt Johannes in hoofdstuk 93 het volgende over Jezus in de mond gelegd: “Soms wanneer we hem wilden aanraken stootte ik op een stevig lichaam, van vlees en bloed, maar andere keren wanneer ik hem betastte was zijn substantie onstoffelijk en zonder het karakter van een lichaam, alsof het helemaal niet bestond. … Vaak wilde ik onderweg kijken of zijn voetafdruk op aarde verscheen want ik zag hem als het ware als iemand die van de aarde werd opgetild. Maar ik heb die nooit gezien.”3
Niet geboren
Waarlijk mens
Ignatius had enerzijds een zéér hoge christologie. Hij deinsde er niet voor terug Jezus volmondig ‘God’ te noemen (waarmee Hij Jezus overigens niet identificeert met ‘God de Vader’). Anderzijds had Ignatius een veel aardser Jezus dan Marcion en de gnostici. In zijn brief aan de Tralliërs (9) spreekt hij zich duidelijk uit tegen docetische tendenzen. Hetgeen Ignatius hierin naar voren brengt zullen we stap voor stap eens nader bestuderen. Ignatius begint dit gedeelte als volgt: “ … Hij [Jezus] is uit het geslacht van David, voortgekomen uit Maria, waarlijk geboren. Hij at en dronk …”2 Ignatius’ Jezus is volkomen mens. Wat een contrast met de Jezus van bijvoorbeeld de apocriefe Handelingen van Johannes! Alhoewel dit geschrift niet in zijn geheel als gnostisch te duiden valt, hebben sommige delen wel degelijk een
Ware verlossing
Het ware mens-zijn van Jezus stond voor Ignatius echter niet op zichzelf. Dat wordt duidelijk als we het citaat verder uitbreiden: “ … Hij is uit het geslacht van David, voortgekomen uit Maria, waarlijk geboren. Hij at en dronk, hij is waarlijk vervolgd door Pontius Pilatus, waarlijk gekruisigd en hij stierf terwijl de hemelse, aardse en onderaardse machten toekeken …” Als Jezus een schijnlichaam had, was zijn lijden en sterven ook schijn. Waarom is dit voor Ignatius zo belangrijk? In zijn brief aan de Smyrnaeers zegt hij: “Dit alles leed hij voor ons om ons te redden.” (2,1). In de Handelingen van
Studiebijbel
Alhoewel Marcion niet als gnosticus te boek staat, had zijn leer wel een aantal belangrijke eigenschappen met de gnostiek gemeen. Zo deelde hij de tegenstelling tussen de wrede God van het Oude Testament, Jahweh, en de Vader van Jezus Christus, en de negatieve waardering van het materiële. Kwaad en lijden waren inherent aan de creatie van de God van de Joden. Ook voor Marcion was het daarmee ondenkbaar dat Jezus zich zou inlaten met het stoffelijke. Zijn Jezus leek wel op een mens, maar was het niet. Om Jezus te vrijwaren van een menselijke oorsprong, snoeide hij de eerste twee hoofdstukken weg uit het evangelie volgens Lukas en opende met 3:1: “In het vijftiende jaar van keizer Tiberius” waarop hij direct 4:31 liet volgen: “daalde God af in Kapernaum.” Marcions Jezus was niet geboren uit een vrouw (vgl. Gal.4:4). Nadat hij in 144 door de kerk van Rome was geëxcommuniceerd stichtte Marcion een tegenkerk die zich succesvol verspreidde over het Romeinse rijk en een serieuze bedreiging vormde voor de orthodoxie.
Bloedrode grond
Maar het is Ignatius, niet de gnostiek, die staat in de apostolische traditie, zoals vastgelegd in het Nieuwe Testament. De Bijbelse Jezus was een mens van vlees en bloed die at, dronk, moe werd en sliep. Johannes 1:14 spreekt kernachtig van het Woord dat ‘vlees’ (= mens) werd. De incarnatie – vleeswording – bevestigt de grote waarde van de mens, inclusief zijn lichaam. En omdat God “de roodbloedige mens” – Adam - formeerde “van stof uit de bloedrode grond” – adamah4 (Gen.2:7, Naardense Vertaling), betekent een waardering van het menselijk lichaam bijgevolg een waardering van de materiële schepping. We constateren dat onze kijk op de schepping sterk samenhangt met onze kijk op Christus. Kosmologie en christologie zijn innig verstrengeld.
magazine
7
Geboren uit een maagd
Achtergrond artikel
Johannes staat Jezus samen met Johannes naar de kruisiging te kijken en zegt: “Johannes, voor de mensen daar beneden in Jeruzalem word ik gekruisigd en met lansen en staven doorstoken en drink ik gal en azijn.” (97). Met andere woorden, het zijn de vleselijken die nog waarde hechten aan de fysieke kruisiging. De geestelijke mens steigt daarbovenuit. Zo zien we dat onze kijk op Christus’ mens-zijn (en God-zijn) onvermijdelijk gevolg heeft voor onze kijk op de verlossing en vice versa. Hier vloeien christologie en soteriologie ineen. De vroege Kerk had dit goed in de gaten. (Dat was overigens een reden dat veel christologische debatten in de vroege kerk zo fel waren; de verlossing ‘stond op het spel’.) Als Jezus’ lijden slechts schijn was, kortom, als Jezus geen echt mens was, wat had dat kruis dan nog te betekenen? In ieder geval niet dat daar een plaatsvervangend offer werd gebracht. Om nog maar te zwijgen over een verlossing van de totale mens, naar ziel, geest én lichaam. Voor dergelijke aardse voorstellingen was in de gnostische mythen geen plaats. Voor zover het kruis al betekenis had, werd het een voorbeeld tot zelfverlossing. De gnostische Christus toont ons dan dat onze ware ik, de zondeloze en onschuldige Christus in ons, kan ontsnappen aan de huidige materiële werkelijkheid om zo het ware geestelijke leven te grijpen. een menselijk lichaam! Hiermee spreekt Ignatius impliciet zijn geloof uit in een aardse toekomst, waarin plaats is voor aardlingen en materie, voor roodbloedigen en een bloedrode grond. Christologie en eschatologie groeten en omhelzen elkaar. De toekomst van deze schepping, de toekomst van de mens, is vervlochten met de geschiedenis van Jezus Christus. Ook Ignatius zag dit verband, wat duidelijk wordt wanneer we het citaat compleet maken: “ … Hij is uit het geslacht van David, voortgekomen uit Maria, waarlijk geboren. Hij at en dronk, hij is waarlijk vervolgd door Pontius Pilatus, waarlijk gekruisigd en hij stief terwijl de hemelse, aardse en onderaardse machten toekeken. 2 Hij is ook waarlijk vanuit de doden opgewekt, omdat zijn Vader hem opwekte. Op dezelfde wijze zal zijn Vader ons die in hem geloven opwekken in Christus Jezus. Buiten hem bezitten we geen waarachtig leven.” Zo is de fysiek opgestane Christus hét archetype van de mens die naar ziel, geest én lichaam het ware opstandingsleven zal beërven.
Studiebijbel
magazine
8 2
Ingrijpende Kerst
Aarde met toekomst
Ignatius vervolgt: “ … Hij is uit het geslacht van David, voortgekomen uit Maria, waarlijk geboren. Hij at en dronk, hij is waarlijk vervolgd door Pontius Pilatus, waarlijk gekruisigd en hij stief terwijl de hemelse, aardse en onderaardse machten toekeken. 2 Hij is ook waarlijk vanuit de doden opgewekt, omdat zijn Vader hem opwekte. …” Met “Waarlijk opgewekt” bedoelt Ignatius “waarlijk als mens opgewekt”. In de brief aan de Smyrnaeers zegt Ignatius uitdrukkelijk: “Ik weet en ben overtuigd dat hij ook na de opstanding in het vlees was. En toen hij bij hen kwam die met Petrus waren, zei hij tot hen: ‘Raak mij aan, betast mij en ziet dat ik geen lichaamsloze demon ben’.” (3, 1-2). Christus’ opstandingslichaam is
Zo leidt Ignatius ons van Kerst via Pasen naar de jongste dag. Op Golgotha werd het Ware Offer gebracht. Toch was ook de incarnatie een ingrijpende kosmische gebeurtenis. Daar in Bethlehem werd het voltrokken: het Woord werd vlees en wel eens en voor altijd. In zijn Zoon is Gods geschiedenis voor altijd vervlochten met die van de mens. Beter gezegd: In Christus schrijft God een nieuwe geschiedenis met een nieuwe Adam. Wie aan Hem deel heeft is een nieuwe mens met een glorierijke toekomst. “Buiten hem bezitten we geen waarachtig leven.” Daar kunnen we van harte mee instemmen! En dit alles begon met Kerst: geboren uit een maagd. Gloria in excelsis Deo!
Nathan Witkamp is coördinator van de masteropleiding ‘De vroege Kerk’ aan de Evangelische Theologische Academie (Zwijndrecht) en promovendus aan de Evangelische Theologische Faculteit (Leuven).
Geboren uit een maagd
Scoor meer met een web winkel in uw uitgaven. Velen gingen u voor en publiceerden whitepapers online.
Studiebijbel Lees publicatie 27Home