Achtergrond artikel
Johannes staat Jezus samen met Johannes naar de kruisiging te kijken en zegt: “Johannes, voor de mensen daar beneden in Jeruzalem word ik gekruisigd en met lansen en staven doorstoken en drink ik gal en azijn.” (97). Met andere woorden, het zijn de vleselijken die nog waarde hechten aan de fysieke kruisiging. De geestelijke mens steigt daarbovenuit. Zo zien we dat onze kijk op Christus’ mens-zijn (en God-zijn) onvermijdelijk gevolg heeft voor onze kijk op de verlossing en vice versa. Hier vloeien christologie en soteriologie ineen. De vroege Kerk had dit goed in de gaten. (Dat was overigens een reden dat veel christologische debatten in de vroege kerk zo fel waren; de verlossing ‘stond op het spel’.) Als Jezus’ lijden slechts schijn was, kortom, als Jezus geen echt mens was, wat had dat kruis dan nog te betekenen? In ieder geval niet dat daar een plaatsvervangend offer werd gebracht. Om nog maar te zwijgen over een verlossing van de totale mens, naar ziel, geest én lichaam. Voor dergelijke aardse voorstellingen was in de gnostische mythen geen plaats. Voor zover het kruis al betekenis had, werd het een voorbeeld tot zelfverlossing. De gnostische Christus toont ons dan dat onze ware ik, de zondeloze en onschuldige Christus in ons, kan ontsnappen aan de huidige materiële werkelijkheid om zo het ware geestelijke leven te grijpen. een menselijk lichaam! Hiermee spreekt Ignatius impliciet zijn geloof uit in een aardse toekomst, waarin plaats is voor aardlingen en materie, voor roodbloedigen en een bloedrode grond. Christologie en eschatologie groeten en omhelzen elkaar. De toekomst van deze schepping, de toekomst van de mens, is vervlochten met de geschiedenis van Jezus Christus. Ook Ignatius zag dit verband, wat duidelijk wordt wanneer we het citaat compleet maken: “ … Hij is uit het geslacht van David, voortgekomen uit Maria, waarlijk geboren. Hij at en dronk, hij is waarlijk vervolgd door Pontius Pilatus, waarlijk gekruisigd en hij stief terwijl de hemelse, aardse en onderaardse machten toekeken. 2 Hij is ook waarlijk vanuit de doden opgewekt, omdat zijn Vader hem opwekte. Op dezelfde wijze zal zijn Vader ons die in hem geloven opwekken in Christus Jezus. Buiten hem bezitten we geen waarachtig leven.” Zo is de fysiek opgestane Christus hét archetype van de mens die naar ziel, geest én lichaam het ware opstandingsleven zal beërven.
Studiebijbel
magazine
8 2
Ingrijpende Kerst
Aarde met toekomst
Ignatius vervolgt: “ … Hij is uit het geslacht van David, voortgekomen uit Maria, waarlijk geboren. Hij at en dronk, hij is waarlijk vervolgd door Pontius Pilatus, waarlijk gekruisigd en hij stief terwijl de hemelse, aardse en onderaardse machten toekeken. 2 Hij is ook waarlijk vanuit de doden opgewekt, omdat zijn Vader hem opwekte. …” Met “Waarlijk opgewekt” bedoelt Ignatius “waarlijk als mens opgewekt”. In de brief aan de Smyrnaeers zegt Ignatius uitdrukkelijk: “Ik weet en ben overtuigd dat hij ook na de opstanding in het vlees was. En toen hij bij hen kwam die met Petrus waren, zei hij tot hen: ‘Raak mij aan, betast mij en ziet dat ik geen lichaamsloze demon ben’.” (3, 1-2). Christus’ opstandingslichaam is
Zo leidt Ignatius ons van Kerst via Pasen naar de jongste dag. Op Golgotha werd het Ware Offer gebracht. Toch was ook de incarnatie een ingrijpende kosmische gebeurtenis. Daar in Bethlehem werd het voltrokken: het Woord werd vlees en wel eens en voor altijd. In zijn Zoon is Gods geschiedenis voor altijd vervlochten met die van de mens. Beter gezegd: In Christus schrijft God een nieuwe geschiedenis met een nieuwe Adam. Wie aan Hem deel heeft is een nieuwe mens met een glorierijke toekomst. “Buiten hem bezitten we geen waarachtig leven.” Daar kunnen we van harte mee instemmen! En dit alles begon met Kerst: geboren uit een maagd. Gloria in excelsis Deo!
Nathan Witkamp is coördinator van de masteropleiding ‘De vroege Kerk’ aan de Evangelische Theologische Academie (Zwijndrecht) en promovendus aan de Evangelische Theologische Faculteit (Leuven).
Geboren uit een maagd
1
2
3
4
Voor een toegankelijke inleiding op de gnostiek, zie het tweeluik van R. Roukema, Gnosis & geloof in het vroege christendom: een inleiding tot de gnostiek. Zoetermeer: Meinema, 1998 en Jezus, de gnosis en het dogma. Zoetermeer: Meinema, 2007. Citaten uit de brieven van Ignatius zijn ontleend aan: A.F.J. Klijn, Apostolische Vaders 1. Kampen: Kok, 1981. Citaten uit de Handelingen van Johannes zijn ontleend aan: A.F.J. Klijn, De apocriefen van het Nieuwe Testament. Kampen: Ten Have, 2006 (2001). Uit dit woordspel in de Hebreeuwse tekst blijkt de innige verbondenheid van mens en aardbodem.
advertentie
Studiebijbel
magazine
9
Geboren uit een maagd
Interactieve online boek, deze magazine of maandblad is levensecht online geplaatst met Online Touch en bied het digitaal bladerbaar uitgeven van ePDF-en.
Studiebijbel Lees publicatie 27Home